De koningskaars (Verbascum thapsus) is een plant uit de helmkruidfamilie (Scrophulariaceae). De plant groeit in het duin- en krijtgebied en is daar vrij algemeen. In andere delen van Nederland is de soort zeldzaam.

Koningskaars

De bloemen zijn geel en hebben een doorsnede van 1,5–3 cm. Er zijn vijf kroonbladeren die aan de voet zijn vergroeid. Er zijn vijf kelkbladen en vijf meeldraden, waarvan er drie gele of witte haartjes hebben. De bloemen vormen een dichte aar. De plant bloeit van juli tot de herfst. Een bloeiende plant kan een lengte van twee meter bereiken.

De bovenste bladeren zijn aflopend tot het volgende blad. De onderste bladeren hebben een gevleugelde steel. De bladeren en de stengel zijn bedekt met een dichte wollige beharing.

Koningskaars draagt een doosvrucht die kleine zaadjes bevat.

Bron: Wikipedia

 

Jakobskruiskruid (Jacobaea vulgaris subsp. vulgaris, synoniem: Senecio jacobaea) is een wilde, in de regel tweejarige plant met gele bloempjes uit het geslacht Jacobaea (Jacobskruid).

Jakobskruiskruid heeft meestal hoofdjes met een krans van gele straalbloempjes, in tegenstelling tot de ronde bloemhoofdjes van boerenwormkruid. In de duinen en op diverse andere plaatsen in Nederland en Vlaanderen, zoals op de Veluwe komen echter planten voor waarbij de straalbloemen ontbreken, namelijk bij de ondersoort duinkruiskruid (Jacobaea vulgaris subsp. dunensis).

Jakobskruiskruid

De plant komt steeds meer voor in de Nederlandse en Vlaamse wegbermen en natuurgebieden en van daaruit in de perceelranden van weilanden, sinds 1998 in het noorden van Nederland vijfmaal zoveel. Het is een pioniersplant en hij verspreidt zich snel, doordat een volwassen plant 75.000 tot 200.000 vruchten kan produceren, die op open plekken in het gras of de berm makkelijk kiemen. De 2,5 - 3 mm lange nootjes (vruchten) worden door het vruchtpluis met de wind meegevoerd. De randstandige nootjes zijn meestal onbehaard, terwijl de andere nootjes dicht behaard zijn met korte haren. Jakobskruiskruid is in bermen ook ingezaaid, doordat het voorkomt in bermopfleurende kruidenmengsels.

Jakobskruiskruid2

Jakobskruiskruid is een windverspreider, maar niet zo'n goede als algemeen wordt aangenomen. Om een levensvatbare populatie te krijgen, moeten de zaden wel op een geschikt plekje komen om te kunnen ontkiemen.

Bron: Wikipedia

Hartgespan (Leonurus cardiaca) is een sterk geurende, vaste plant die behoort tot de lipbloemenfamilie (Lamiaceae). De botanische naam Leonurus betekent in het Oudgrieks leeuwenstaart, wat op de vorm van de bladeren slaat. De plant komt van nature voor in Centraal-Azië en is van daaruit over de hele wereld verspreid.

Hartgespan

De plant wordt 30-90 cm hoog, vormt wortelstokken en vierkantige stengels met een afstaande beharing. De middelgroene, gelobde bladeren hebben drie tot zeven lobben en zijn aan de onderkant donzig behaard.

Hartgespan2

Hartgespan bloeit van juni tot augustus met roze, 0,8-1,1 cm lange bloemen. De bloemen zitten in schijnkransen.

De vrucht is een vierdelige stekelige splitvrucht.

De plant komt voor op vochtige, stikstof- en kalkrijke grond en groeit graag nabij beschaduwde plaatsen zoals hagen en veldbosjes.

Hartgespan tekening

Bron: Wikipedia

De hondsroos (Rosa canina) is een in de Benelux van nature voorkomende roos. De struik komt van nature voor in Europa, Noordwest-Afrika en West-Azië. In Noord-Amerika is de plant geïntroduceerd. De soort staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als een soort die in Nederland algemeen voorkomt en stabiel of toegenomen is.

Hondsroos

De grote losse rechtopgaande struik wordt 1 - 4 meter hoog en heeft lange boogvormig overhangende takken. De bladeren en niet met klieren bezette takken zijn groen of soms roodachtig aangelopen. De stekels zijn grotendeels haakvormig gebogen en hebben een brede basis. Rosa canina 'Assisiensis' is een cultivar zonder stekels.

Hondsroos4 

De frisgroene, geurloze bladeren zijn oneven geveerd met 5 of 7, stevige en stijve blaadjes. De 1,8 – 4 cm lange en 1 – 2 cm brede, onbehaarde blaadjes zijn elliptisch met een afgeronde, soms wigvormige voet en een spitse top. De bladrand is enkelvoudig tot dubbel gezaagd. Op de tanden van de bladrand zitten vaak ongesteelde klieren en soms zitten op de hoofdnerf ook enkele klieren. De bladsteel en bladspil zijn meestal onbehaard, maar soms hebben ze enkele haartjes. Ze zijn vaak voorzien van kleine stekels en enkele klieren, maar soms zijn ze bezet met veel klieren. De meestal smalle steunblaadjes hebben aan de rand meestal beklierde wimpers.

Hondsroos2

De hondsroos bloeit in juni en juli met 3,5 tot 4,5 centimeter grote, meestal lichtroze of soms witte bloemen, die met 1 - 10 bij elkaar staan. De bloemsteel is 1 – 2 cm lang en meestal niet met klieren bezet. De kroonbladen zijn veel langer dan de kelkbladen. De kelkbladen zijn na de bloei teruggeslagen en vallen voordat de rozenbottel rijp is af. De stijlen staan vrij.

Hondsroos3

De rozenbottel is een vlezige bloembodem met daarin de nootjesachtige vruchten. De zaden kunnen zich zonder bevruchting ontwikkelen.

Bron: Wikipedia

Guichelheil (Anagallis) is een geslacht planten dat in de 23e druk van de Heukels geplaatst wordt in de sleutelbloemfamilie (Primulaceae). Merk op dat moderne taxonomen het geslacht vaak plaatsen in de familie Myrsinaceae.

Er zijn enkele tientallen soorten, waarvan de volgende soorten in Nederland voorkomen:

  • Blauw guichelheil (Anagallis arvensis subsp. foemina)
  • Rood guichelheil (Anagallis arvensis subsp. arvensis)
  • Teer guichelheil (Anagallis tenella)

Guichelheil

De soorten zijn klein en hebben helderrode of blauwe bloemen, die bloeien van mei tot de herfst. De bloemen van guichelheil gaan uitsluitend open als de zon schijnt.

Een selectie van soorten voor de tuin:

  • Anagallis caerulea: ongeveer 5 cm hoog, blauwe bloemen, lichtgroene bladeren, winterhard, eenjarig.
  • Anagallis caerula 'Rubra': idem, maar met rode bloemen.
  • Anagallis linifolia: circa 30 cm hoog, vaste plant, niet geheel winterhard, bloeit van juni tot september met blauwe bloemen.

Guichelheil2

Guichelheil heeft een vrij vochtige grond nodig om goed te groeien, het liefst op kalkrijke bodem.

Bron: Wikipedia