Boerenwormkruid (Tanacetum vulgare, synoniem: Chrysanthemum vulgare) is een overblijvende plant uit de composietenfamilie. Hij lijkt op jakobskruiskruid (Jacobaea vulgaris subsp. vulgaris), maar de bloeiwijze kent geen gele krans van straalbloempjes. In het grootste deel van Europa en het noordelijke deel van Azië komt boerenwormkruid op veel plaatsen van nature voor.

Boerenwormkruid

Het is een vaste plant. De plant heeft een kantige donkerbruin gekleurde stengel en kan 60–120 cm lang worden en bloeit met platte schermen, die uit tientallen bloemhoofdjes (met alleen buisbloemen) bestaan. Ze staan in schijnschermen zeer dicht opeen en geven het scherm de stevigheid als van een kussentje.

Boerenwormkruid2

De hoofdbloei valt in de periode juni tot en met augustus en de nabloei kan tot aan de herfst aanhouden. De bladeren zijn afgebroken geveerd met naar de top van het blad veerdelig en de blaadjes veerspletig en bezet met klierharen. Deze klierharen zijn verantwoordelijk voor de wat sterke kamferachtige geur, die zich bij aanraking verspreidt. Omdat de olie die uit de plant kan worden gewonnen in principe giftig is, is het in de Verenigde Staten verboden om de plant te verkopen. Boerenwormkruid wordt tot de kompasplanten gerekend, omdat de bladeren in het volle zonlicht zich ongeveer plat op het zuiden richten.

De vrucht is een 2 mm lang nootje.

Bron: Wikipedia

De bijvoet (Artemisia vulgaris) is een alsemachtige plant uit de composietenfamilie (Asteraceae).

Het is een zwak aromatische plant met bladeren die aan de onderzijde witviltig behaard zijn. Bijvoet komt in België en Nederland algemeen voor, bijvoorbeeld op braakliggend terrein en langs wegen. De plant prefereert een zandhoudende grond. De stengel is 60–120 cm lang en heeft vaak een roodachtige kleur.

Bijvoet

De onderste bladeren zijn gesteeld en veerdelig. De bovenste zijn enkel- of dubbelveerdelig en stengelomvattend. Er zijn lancetvormige slippen aanwezig.

Bijvoet2

De bloem is bruinachtig geel. Het bloemhoofdje is eivormig tot langwerpig en bevat geen lintbloemen. De hoofdjes vormen samen een pluim, die van juli tot september in bloei staat. De bijvoet draagt een nootje van ongeveer 1 mm lang.

Bijvoet3

Bron: Wikipedia

De beemdooievaarsbek of weide-ooievaarsbek (Geranium pratense) is een vaste plant uit de ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae). De plant komt van nature voor in West-Europa en in Azië, waar het verspreidingsgebied loopt tot West-China.

Beemdooievaarsbek

De plant wordt tot 90 cm hoog. De bloemen zijn meestal blauwpaars, maar kunnen variëren via roze naar wit. Deze worden wel onderscheiden naar :

  • Geranium pratense (wild, paars/blauw)
  • Geranium pratense forma albiflorum (witte bloemen)
  • Geranium pratense 'Striatum' (cultivar, wit met blauwe vlekken)

Beemdooievaarsbek3

De bloemen hebben donkergekleurde, straalvormige aders. Honingbijen vinden hierlangs de weg naar de nectar.

Bron: Wikipedia

De gewone berenklauw (Heracleum sphondylium) behoort tot de schermbloemenfamilie (Umbelliferae of Apiaceae). De plant komt van nature voor in Europa.

Berenklauw

Het is een 90-150 cm hoge (met uitschieters tot twee meter), vaste plant, die veel langs dijken en wegen en in hooilanden voorkomt. De plant is ruw behaard en heeft drievoudig gevind tot vinspletige bladeren. De stengel is kantig en gegroefd. De gewone berenklauw bloeit van juni tot oktober met witte bloemen in veelstralige schermen. Het onderstandige vruchtbeginsel is tweehokkig met twee stijlen. De stijlen hebben een kussentje aan de voet. De gevleugelde vrucht is een tweedelige splitvrucht met eenzadige deelvruchtjes.

De gewone berenklauw komt vooral voor op stikstofrijke, vochtige grond zowel in de volle zon als in halfschaduw. De plant groeit op grasland, bosschages, in bossen en in onkruidvegetaties.

Bron: Wikipedia

De avondkoekoeksbloem, witte silene of lijnkruid (Silene latifolia subsp. alba, synoniemen: Melandrium album, Silene pratensis of Lychnis vespertina) is een plant uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae). Het is een tot 1 m hoge, algemeen voorkomende , eenjarige tot vaste plant. De soort dankt zijn naam aan de bloemen, die 's avonds open staan. Ze wordt soms als een hybride tussen de dagkoekoeksbloem (Silene dioica) en de nachtkoekoeksbloem ( Silene noctiflora) beschouwd.

Avondkoekoeksbloem

De behaarde stengels zijn meestal recht opgericht en vertakt. De bladeren staan paarsgewijs aan de stengel.

De bloemen hebben vijf witte, diep ingesneden kroonbladen. De bloemen verspreiden 's avonds een zwakke geur. De bloeiperiode is van mei tot oktober. Ze gaan strikt genomen al eerder open dan in de avond: in de loop van de middag. De vrucht is een met tanden openspringende (dehiscente) doosvrucht.

De plant staat op beschaduwde, grassige plaatsen, en op voedselrijke ruigten. Het verspreidingsgebied bereikt in Europa zijn noordgrens in Scandinavië, de zuidgrens loopt in Noord-Afrika, naar het oosten toe komt ze voor tot het Baikalmeer.

Bron: Wikipedia