De veldlathyrus (Lathyrus pratensis) is een klimmende, vaste plant uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae). De soort komt van nature voor in Eurazië. De plant groeit op bouw- en grasland, langs wegen en op dijken. Daarnaast wordt de plant gebruikt in bloemweide- en bermmengsels.

Veldlathyrus

De plant wordt 30-120 cm lang en heeft kantige, gevleugelde stengels. Het geveerde blad is lancetvormig en bestaat uit één of twee paar spitse blaadjes en een eindelingse rank. De steunblaadjes hebben de vorm van een halve pijl.

Veldlathyrus2

De 1-1,8 cm lange bloem is geel en is iets welriekend. De 1 cm lange kelkbuis is tot op de helft gespleten in vijf driehoekige tanden. De plant bloeit in trossen van vijf tot twaalf bloemen op een lange steel. De bloeitijd is van juni tot augustus.

Veldlathyrus3

De vrucht van de veldlathyrus is een peul van 2- cm lang en rijpt van juli tot september. De rijpe peul is zwart en bevat vijf tot twaalf zaadjes. Het duizendkorrelgewicht van de zaden is 11 gram.

Bron: Wikipedia

Teunisbloem (Oenothera) is een geslacht van zo'n 125 soorten eenjarige, tweejarige en vaste planten uit de teunisbloemfamilie (Onagraceae). De soorten komen van nature voor in Zuid- en Noord-Amerika, maar zijn ondertussen ingeburgerd in vele landen.

De botanische naam Oenothera betekent 'ezelsvanger', van het Oudgriekse 'oeno' = ezel en 'thera' = vangen, achtervolgen. Men gelooft dat de naam refereert aan de giftigheid van de plant die gebruikt kan worden om ezels en andere dieren te vangen. De Nederlandse naam teunisbloem is afgeleid van Sint Antonius van Padua, omdat de plant bloeit rond diens naamdag.

Teunisbloem

Het geslacht heeft gele bloemen met vier kroonbladen. Er bestaan ook soorten met witte, roze of rode bloemen. De bloemen staan rechtop of schuin omhoog. De bloemen bezitten een kelkbuis.

Teunisbloem2

De plant bloeit van eind juni tot midden november. De zaden van de meeste soorten rijpen van augustus tot oktober. De zaaddoos bevat circa 200 zaadjes waaruit een kostbare olie wordt gewonnen.

Het geslacht is verwant aan het wilgenroosje. Veel soorten zijn nachtbloeiers en hebben de gewoonte de bloemen 's avonds in de schemering te openen. De knoppen ontvouwen zich in enkele minuten tot bloemen. De volgende dag verwelken ze, maar 's avonds gaan weer nieuwe bloemen open, zo wekenlang. Ze worden door nachtactieve insecten bestoven.

Bron: Wikipedia

Het ruig klokje (Campanula trachelium) is een tot 1,2 m hoge vaste plant uit de klokjesfamilie (Campanulaceae). De plant wordt tevens in de siertuin gebruikt.

De scherpkantige stengel en de bladeren zijn stijf behaard.

Ruig Klokje

De bovenste bladeren zijn zittend of kort gesteeld, maar de onderste bladeren zijn langer gesteeld en hebben een hartvormige voet. De lancetvormige bladeren zijn dubbel getand.

De 2,5-5 x 2-4 cm grote bloem is paars en van binnen behaard met lange stijve haren. De bloeiperiode valt in juli en augustus. De bloemen staan gegroepeerd in een tros langs de bovenzijde van de niet of weinig vertakte stengel.

Ruig Klokje2

De vrucht is een doosvrucht met strooigaatjes waar de zaden door vrijkomen.

Bron: Wikipedia

Het sint-janskruid (Hypericum perforatum) is een plant uit de hertshooifamilie (Hypericaceae). De vaste plant komt van nature oorspronkelijk voor in Europa, maar is van daaruit verder verspreid. Het kruid bloeit rond het Sint-Jansfeest op 24 juni, de tijd dat de zon op zijn hoogst staat, met gele bloemen die dan ook worden geoogst.

Sint janskruid

De plant wordt 20-85 cm hoog en heeft een ronde stengel met tot twee smalle lijsten. De kale, elliptisch tot eironde, gaafrandige, 1,5-3 cm lange bladeren hebben talrijke doorzichtige punten en een stompe bladvoet. De doorzichtige puntjes zijn gevuld met etherische olie. Sint-janskruid bloeit van juni tot september met gele bloemen. De kroonbladen zijn 1-1,6 cm lang. De kelkbladen zijn lancetvormig, spits en gaafrandig. De kroonbladen hebben weinig zwarte punten. De bloeiwijze is een tuil.

Sint janskruid vruchten

De vrucht is een doosvrucht met, uitsluitend lange, klierstrepen (vittae).

De plant komt voor op droge, grazige, voedselrijke plaatsen langs wegen, spoorwegen en struikgewas.

Bron: Wikipedia

Kruipend zenegroen (Ajuga reptans) is een groenblijvende, vaste plant, die behoort tot de lipbloemenfamilie (Lamiaceae). De plant wordt veel als bodembedekker in siertuinen toegepast. Er zijn verschillende cultivars in de handel, die in bladkleur en bloemkleur kunnen verschillen. De plant komt van nature voor in Eurazië.

Kruipend Zenegroen

De plant wordt 5-40 cm hoog en vormt sterke wortelstokken. De plant heeft ook lange bebladerde uitlopers, die op de knopen kunnen wortelen. De vierkantige stengel is aan de voet kaal of weinig behaard. Verderop is de stengel met twee rijen of rondom zacht behaard.

Kruipend Zenegroen

Kruipend zenegroen bloeit van april tot juni met circa 1,3 cm grote, blauwpaarse bloemen. Soms komen ook planten met roze of witte bloemen voor. De bloemen vormen een tamelijk losse schijnkrans. De bovenste schutbladen zijn korter dan de bloemen.

De vrucht is een vierdelige splitvrucht. Op de zaden zit een mierenbroodje.

Bron: Wikipedia